Thomas Lubanga

De kinderen die de Congolese oorlogsmisdadiger Thomas Lubanga als kindsoldaten gebruikte hebben recht op schadevergoeding. Aldus bepaalde het Internationaal Strafhof kort nadat het de rebellenleider in juli tot 14 jaar cel had veroordeeld.
Het klinkt als goed nieuws en velen bestempelden het besluit als een mijlpaal. Het is voor het eerst dat het hof zich uitlaat over het recht op schadevergoeding. Maar wie de hele uitspraak van bijna honderd pagina’s leest zal zich afvragen of de slachtoffers blij zijn met deze mijlpaal. Want het zal waarschijnlijk nog lang duren voordat zij iets te zien krijgen van een schadevergoeding in welke vorm ook. De rechters hebben zich weliswaar bevoegd geacht het recht op schadeloosstelling toe te kennen maar vinden zichzelf verre van competent om aan dat recht de noodzakelijke invulling te geven.

 

Het hof heeft brede marges voor toekenning van schadevergoeding vastgelegd. Zowel de voormalige kindsoldaten de directe slachtoffers als hun familieleden en andere indirecte slachtoffers in hun gemeenschappen hebben recht op verschillende vormen van schadevergoeding. Het hof heeft zich nadrukkelijk niet beperkt tot slachtoffers van misdrijven waarvoor ze Lubanga hebben veroordeeld. Het heeft het recht op schadevergoeding dus losgeweekt van het strafproces en de daar vastgestelde verantwoordelijkheid van Lubanga. Dat is een legitiem maar curieus besluit dat tot tal van complexe vragen leidt. Welke familieleden en dorpsgenoten van de kindsoldaten kunnen nu een schadevergoeding claimen? Komen ook de slachtoffers van de misdrijven die de kindsoldaten zelf hebben gepleegd daarvoor in aanmerking? Voor welke vorm van schade kan compensatie worden gevraagd? Alleen voor fysiek of ook voor psychisch leed of zoals sommige slachtofferorganisaties bepleiten ter compensatie van onderbroken scholing en kapotte carrières? En dan is er de vraag op welke manier zal worden vergoed: individueel of collectief; met een som geld of via programma’s voor lichamelijke en geestelijke verzorging met een nieuwe school een monument voor de gevallenen een internationaal onderzoek naar vermisten?

De rechters hebben externe deskundigen de opdracht gegeven om slachtoffers te raadplegen en een plan op te stellen. Daarna moet het Strafhof het plan weer goedkeuren. Deze gang van zaken lijkt mij niet logisch en onwenselijk. Het was zuiverder geweest als de rechters hadden geoordeeld dat hun rol nu echt was uitgespeeld en de uitwerking van het plan aan anderen hadden over gelaten. Zo’n besluit had het begin kunnen zijn van snelle en daadwerkelijke steun aan slachtoffers. Ook had het een eind kunnen maken aan de jarenlange en peperdure lobby van slachtofferorganisaties. Deze zouden zich dan niet meer met de Haagse juridische procedures hoeven bezig te houden maar zich weer geheel kunnen richten op de werkelijke belangen van slachtoffers.

 

 

Over de auteur

Frederiek de Vlaming werkt bij de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam, afdeling Internationaal Strafrecht. Zij promoveerde in 2010 op een proefschrift over het beleid van de aanklager van het Joegoslavië Tribunaal. Zij was onder meer werkzaam bij Amnesty International en UNHCR. Zij woont in Amsterdam.
Andere bijdragen door

31

08 2012

Your Comment


Over De Zaak

Weblog over rechtszaken met internationale dimensies, waaronder zaken van het Internationaal Strafhof en andere internationale gerechtshoven.

 

De Zaak draait op WordPress MU. Gebaseerd op Yashfa ver. 1.7 door WP GPL
Entries (RSS) and Comments (RSS).