“Verhalen van slachtoffers ontroeren machtige mensen” Interview met Reed Brody, Human Rights Watch

Hoe krijg je een ex-dictator achter de tralies? Met geduld, geluk en de inzet van innemende slachtoffers die nooit opgeven. Mensenrechtenadvocaat Reed Brody, ook bekend als ‘de dictatorjager’, geeft advies. “Wetten en verdragen doen er niet zoveel toe, je moet politieke wil creëren.”

“Als het aan Donald Trump lag, zou hij een dictator zijn. Kijk hoe hij spreekt over ‘zogenaamde’ rechters. Of over de media, die hij ‘vijanden van het volk’ noemt. Pure dictatorpraat.” Grinnikend geeft de Amerikaanse mensenrechtenadvocaat Reed Brody (64) zijn mening over ‘zijn’ president op het terras van De Balie in Amsterdam, waar hij ’s avonds hoofdgast is tijdens de Nacht van de Dictator.

Brody, tot voor kort kopstuk van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, geldt als expert op dit terrein. Zo speelde hij een cruciale rol bij de arrestatie in 1998 in Londen van de Chileense ex-juntaleider Augusto Pinochet. Bekender is hij wegens zijn inzet voor de vervolging van Hissene Habré, die in de jaren 1982-1990 een terreurbewind voerde in Tsjaad. In mei 2016 kreeg Habré levenslang voor misdaden tegen de menselijkheid, waaronder de dood van 1200 burgers in zijn overvolle cellen en martelkamers. Een Senegalese rechter sprak het vonnis uit, in een speciaal daarvoor geschapen gerechtskamer.

Brody is nog altijd vol van de rechtszaak, blijkt uit de lezing die hij gaf in Den Haag, de avond voor het interview. Hij toonde er beelden van het proces, zoals van een getuige die voor het eerst vertelde vier keer door de ex-dictator te zijn verkracht. “Ik ken haar al lang, ze noemt me ‘mijn zoon’ in het Arabisch”, vertelt hij. “Over Habré zei ze altijd: ‘Als ik hem in levenden lijve zie, vertel ik wat er écht gebeurde’. In de rechtszaal was het zover.” Ook te zien is Suleyman Guengueng, die de rechter een zakje gierst vol steentjes toonde: zo slecht was het eten in de gevangenis. “Suleyman had de tegenwoordigheid van geest om, toen de deuren van de cellen opengingen, die gierst mee te nemen. Hij wilde toen al bewijzen vergaren.”

Vooral Guenguengs getuigenis was “heel emotioneel” voor Brody, vertelt hij. In 2000 leerde hij hem kennen als een van de ex-gevangenen die onvermoeibaar streden voor berechting van Habré. “Hij zei: ‘Dit is waar mijn leven om draait. Als je ons helpt, moet je beloven het serieus te nemen’. Ik antwoordde: ‘Ik kan je niet toezeggen dat we winnen, wel dat ik nooit zal opgeven.’ De dag van het vonnis was er een van ongelooflijke vreugde en immens geluk. Eindelijk hadden de slachtoffers hun doel bereikt. ’s Avonds bekeek Suleyman de herhalingen van de uitspraak in zijn hotelkamer in Dakar. Ik zat naast hem en zei: ‘En, Suleyman, heb ik woord gehouden?’” De voldoening straalt van Brody’s gezicht als hij het vertelt.

Al in de documentaire The Dictator Hunter uit 2007, van Klaartje Quirijns, zie je hoe intensief Brody bezig is met Habré. De ex-dictator leeft dan nog in een villa in Senegal, ‘beschermd’ door de toenmalige Senegalese president Abdoulaye Wade. ‘Als je iemand vermoordt, ga je de gevangenis in. Als je veertig mensen vermoordt, stoppen ze je in een gesticht. Wie 40.000 mensen vermoordt, wacht een comfortabel leven in ballingschap. Dat willen we veranderen’, zegt Brody in de film.

ReedBrody_51_preview

Habré kwam pas na achttien jaar campagne voeren voor de rechter. In Den Haag noemde u hem echter ‘laaghangend fruit’. Was dat omdat zijn wandaden zo gemakkelijk te bewijzen waren? “Nee. Habré kon berecht worden omdat niemand er meer belang bij had hem te beschermen. De Koude Oorlog was voorbij, de VS en Frankrijk, die Habré ooit in het zadel hielpen, stonden niet meer achter hem. Om een ex-dictator te vervolgen heb je vooral politieke wil nodig, die moet je helpen creëren. Wetten en verdragen doen er minder toe. Neem Pinochet. Hij had Londen al vele malen bezocht, zonder dat hij ooit was gearresteerd. Het VN-verdrag tegen marteling, op grond waarvan hij uiteindelijk werd opgepakt, was al die tijd al van kracht. Maar in 1998 was Tony Blair net premier geworden, die wilde laten zien mensenrechten belangrijk te vinden. In Spanje was er bovendien nog een wet die vervolging van misdaden tegen de menselijkheid mogelijk maakte, ook als de dader niet uit Spanje kwam en hij zijn daden buiten Spanje had gepleegd. De sterren stonden gunstig. Maar als Margaret Thatcher nog had geregeerd, was het nooit gebeurd.”

Wat is verder nodig om een dictator achter de tralies te krijgen? “De inzet van betrokken activisten is cruciaal. De slachtoffers van Habré waren ons geheime wapen. In België, bij de Afrikaanse Unie, bij de VN: de verhalen van mensen als Suleyman maakten overal indruk. Ze ontroerden machtige mensen, die later besluiten namen die het proces mogelijk maakten. Dat is iets wat het Internationaal Strafhof in Den Haag te weinig doet: gebruikmaken van slachtoffers of overlevenden. Neem de Soedanese president Al-Bashir, die gezocht wordt wegens genocide in Darfur. Het Strafhof protesteert als hij Zuid-Afrika bezoekt zonder te worden opgepakt. Maar waar zijn de Darfuri’s? Waarom komen zij de pers niet vertellen wat Al-Bashir hun regio heeft aangedaan?”

Toch lopen er nog voldoende ex-dictators vrij rond. Zo geniet ex-president Mengistu van Ethiopië in alle rust van zijn oude dag in Zimbabwe. “En hij is sinds vorig jaar zelfs consultant geworden voor het Zimbabwaanse leger. Dat weet ik dankzij mijn ‘Google-alert’ op Mengistu. Maar inderdaad, het gaat vaker mis. Zo wilden we Idi Amin voor de rechter krijgen, de ex-dictator van Uganda, die na zijn verdrijving in Saudi-Arabië verbleef tot zijn dood in 2003. We hebben de regering van SaudiArabië erop gewezen dat het land het VN-verdrag tegen foltering had geratificeerd. Ze zeiden: ‘Je begrijpt de gastvrijheid van de Bedoeïenen niet. Een gast stellen we geen vragen’.”

Kan Yahya Jammeh, die in januari naar Equatoriaal Guinee uitweek nadat hij was afgezet als president van Gambia, aan vervolging ontkomen? “In Gambia willen ze Jammeh berechten, maar ze hebben geen haast. Eerst moet het stof neerdwarrelen na 21 jaar dictatuur, en moeten instituties als de rechterlijke macht weer worden opgebouwd. Maar dan kan het hard gaan. Want ik denk niet dat het Teodoro Obiang, de leider van Equatoriaal Guinee, veel kan schelen wat er met Jammeh gebeurt. Hij is vijftig keer rijker dan Jammeh en heeft andere dingen aan zijn hoofd. De kunst is de prijs voor het beschermen van Jammeh te verhogen. Wij mensenrechtenactivisten moeten wangedrag zo moeilijk mogelijk maken. Als ze ergens mensen martelen of executeren, moeten wij ze aan de schandpaal nagelen.”

Wie 40.000 mensen vermoordt, wacht een comfortabel leven in ballingschap

Dat deed u ook met ex-president George Bush, in uw in het Frans verschenen boek waarin u zijn vervolging bepleit wegens oorlogsmisdaden die de VS volgens u in Irak begingen. Hoe nuttig is zo’n boek, als je weet dat Bush toch nooit vervolgd wordt? “Je doet het omdat je een getuige moet zijn. Je hebt de morele verantwoordelijkheid om tenminste te laten zien hoe de VS met twee maten meten. Om de bewijzen te laten zien.”

U werd bekend wegens onthullingen over een andere omstreden operatie door de VS: de steun aan wrede Contra-rebellen die in Nicaragua de linkse regering bestreden. Hoe kwam u aan die informatie? “Ik reisde begin jaren ’80 door Latijns-Amerika. In Nicaragua vertelden priesters me over de wreedheden van de Contra’s. ‘Het is jouw land dat dit doet’, zeiden ze tegen me, verwijzend naar de Amerikaanse steun voor de Contra’s. Ik was geschokt, voelde een enorme verantwoordelijkheid om alles tot de bodem uit te zoeken. Terug in de VS nam ik ontslag bij het Openbaar Ministerie en ging ik vijf maanden onderzoek doen in Nicaragua. Het rapport dat ik later over de Contraterreur schreef, kwam op de voorpagina van The New York Times en leidde tot tijdelijke stopzetting van de Amerikaanse steun aan de Contra’s. Toenmalig president Ronald Reagan had vlak daarvoor de Contra’s nog vergeleken met de Founding Fathers, de helden van de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd die de VS hadden gesticht.”

Inmiddels maakt Brody voor zijn gevoel opnieuw deel uit van ‘het verzet’ tegen een Amerikaanse president, zegt hij, terugkomend op Donald Trump. Pessimistisch is hij niet. “Ik ben onder de indruk van de reactie van het Amerikaanse publiek op Donald Trump: de demonstratie van vrouwen, de protesten tegen het inreisverbod voor mensen uit moslimlanden. Ik denk wel dat we Trump in toom kunnen houden in de VS.” Om met ironische blik te vervolgen: “Of we kunnen voorkomen dat hij het klimaat naar de knoppen helpt of een wereldoorlog veroorzaakt, is een ander verhaal.”

Foto: Anneke Hymmen

Dit artikel verscheen in het novembernummer 2017 van OneWorld.

Over de auteur

Marnix de Bruyne

Marnix de Bruyne is journalist gespecialiseerd in Zuidelijk Afrika en eindredacteur bij 'De Correpondent'. Voor het mensenrechtenmagazine 'Wordt Vervolgd' van Amnesty International schreef hij jarenlang over internationale rechtszaken. Ook publiceerde hij een boek over Zuid-Afrika "Het land van Soekmekaar" (Podium, 2010), waar hij anderhalf jaar correspondent was, en "We moeten gaan. Nederlandse boeren in Zimbabwe" (Podium, 2016).
Andere bijdragen door

30

11 2017

1Trackbacks/Pingbacks

  1. De Zaak » Blog Archive De rechtbank is duidelijk: voormalig Derg-lid Eshetu is een oorlogsmisdadiger - De Zaak 10 03 18

Your Comment


Over De Zaak

Weblog over rechtszaken met internationale dimensies, waaronder zaken van het Internationaal Strafhof en andere internationale gerechtshoven.

 

De Zaak draait op WordPress MU. Gebaseerd op Yashfa ver. 1.7 door WP GPL
Entries (RSS) and Comments (RSS).