Zaak-Karremans slecht onderbouwd

De beschikking van het gerechtshof in Arnhem in april dit jaar om voormalig Dutchbat-commandant Thom Karremans en twee van zijn blauwhelmen niet strafrechtelijk te vervolgen‚ leek me aanvankelijk een goed besluit. De uitspraak van de Hoge Raad (2013) bracht een zeer bevredigende oplossing na een lang juridisch gevecht over de aansprakelijkheid van de Nederlandse staat voor ‘Srebrenica’. Een strafrechtszaak tegen individuele Dutchbatters vond ik onzinnig. Er was genoeg geprocedeerd. Maar toen ik de overwegingen van het hof las‚ bleek de beschikking eigenlijk heel slecht onderbouwd.

De vraag die het hof moest beantwoorden‚ of er aanleiding was om te veronderstellen dat Dutchbat-leden zich schuldig hadden gemaakt aan (behulpzaamheid bij) oorlogsmisdrijven‚ was zo vertaald: konden de Dutchbatters weten wat er zou gebeuren met de mannen die zij in juli 1995 van de compound stuurden? Daartoe onderzochten de juristen wat zij zien als de relevante historische context.

Spaanders
Deze is te complex om in een paar alinea’s samen te vatten. Dus vallen er spaanders. Zo maakt het hof geen melding van de etnische zuiveringen die gaande waren‚ toch de essentie van de oorlog. Droogjes wordt opgemerkt dat ‘alle partijen zich schuldig maakten aan oorlogsmisdrijven respectievelijk misdrijven tegen de menselijkheid’.

Oei‚ had voormalig VN-baas Kofi Annan zich niet al in 1999 verontschuldigd voor de ‘ideologie van onpartijdigheid’ waardoor de internationale gemeenschap passief kon blijven toekijken‚ terwijl een door de Bosnische Serviërs geïnstigeerde genocide zich voltrok?

Wraakgevoelens
Het hof trekt de geschiedenis nog schever door als eerste voorbeeld van oorlogsmisdrijven een zaak van het Joegoslavië-tribunaal te selecteren tegen een Bosnische Moslim‚ die nota bene later werd vrijgesproken. De misdrijven door de Moslims ‘leidden tot hevige wraakgevoelens onder de Serviërs’‚ aldus het hof. De toon is gezet. Het hof stelt dan ook nog dat de executies van de Moslims ‘begonnen op 13 juli’‚ waarmee het in één enkele pennenstreek de talloze rapportages over executies die vóór die datum plaatsvonden terzijde legt. De sterk versimpelde voorstelling van zaken geeft bijna de indruk dat de oorlog pas op die 13e juli 1995 uitbrak. Zo kon het hof concluderen dat de Dutchbatters niet konden weten wat er met de mannen zou gebeuren die zij in de armen van hun moordenaars joegen.

Onhoudbaar
De angst onder Moslims én Dutchbatters‚ de ontreddering en chaos van die hete julidagen‚ komen in de beschikking niet aan de orde. Deze omstandigheden hadden het hof een juridische uitweg kunnen bieden om de overdonderde Nederlandse militairen vrij te pleiten van hun persoonlijke verantwoordelijkheid. Maar men kiest voor de meest controversiële en ongeloofwaardige route en houdt vast aan een stelling die reeds op die rampzalige dagen in juli al onhoudbaar was geworden. Toen keken radeloze Dutchbatters de camera in en
lieten ons weten dat ze donders goed doorhadden wat er aan de hand was.

Over de auteur

Frederiek de Vlaming werkt bij de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam, afdeling Internationaal Strafrecht. Zij promoveerde in 2010 op een proefschrift over het beleid van de aanklager van het Joegoslavië Tribunaal. Zij was onder meer werkzaam bij Amnesty International en UNHCR. Zij woont in Amsterdam.
Andere bijdragen door

02

06 2015

Your Comment


Over De Zaak

Weblog over rechtszaken met internationale dimensies, waaronder zaken van het Internationaal Strafhof en andere internationale gerechtshoven.

 

De Zaak draait op WordPress MU. Gebaseerd op Yashfa ver. 1.7 door WP GPL
Entries (RSS) and Comments (RSS).