Het zwijgen rond ‘Indonesië 1965’

‘Hoe lang moeten we doorgaan met onderzoek naar en boete doen voor oud leed?’, verzuchtte een beheerder van een groot stimuleringsfonds, bij wie ik op bezoek was om geld te vragen voor de Nuhanovic Foundation, de stichting voor rechtsherstel van oorlogsslachtoffers die ik leid. Dat is een goede vraag, die ik wel vaker hoor als er voorbije oorlogen ter sprake komen.

Slachtoffers en nabestaanden van de Indonesische massamoord van 1965 op veronderstelde communisten hebben dit jaar het initiatief genomen een volkstribunaal op te zetten over dit onderwerp. De initiatiefnemers vinden het hoog tijd dat nu eindelijk de massagraven worden geopend, dat de feiten op tafel komen te liggen over een miljoen vermoorde mensen en marteling en jarenlange detentie van tienduizenden.

Hardhandig
In november dit jaar moet het tribunaal van start gaan in Den Haag, onze ‘hoofdstad van het internationale recht’. In Indonesië is dit vooralsnog niet mogelijk. Een bijeenkomst over ‘1965’ werd onlangs nog hardhandig uiteen geslagen.

Ik geloof in het idee van dit International People’s Tribunal 1965 omdat er geen alternatief is, maar merk dat anderen hun twijfels hebben: ‘Waarom het verleden oprakelen? Wat willen ze er in godsnaam mee bereiken?’

Stilte
Het Indonesië 1965 -tribunaal volgt op een periode van vijftig jaar stilte. Dat was geen stilte die voortkwam uit berusting of uit de overtuiging dat het beter is vooruit te kijken. Het is een bewust verzwijgen en manipuleren van de gebeurtenissen door de regering. De nieuwste film van Joshua Oppenheimer over 1965 (die vanaf eind maart in Nederlandse filmhuizen draait) heet niet voor niets The Look of Silence. Nadat zijn eerdere film The Act of Killing de luidruchtigheid liet zien waarmee de moordenaars opschepten over hun daden, toont deze film de stilte die de slachtoffers van bovenaf wordt opgelegd.

Oppenheimers films hebben een barst in die stilte veroorzaakt. Aan het volkstribunaal de taak om de barst verder open te scheuren en de feiten naar buiten te laten stromen. In Den Haag zullen drie generaties aan het woord komen over hoe ze tot op de dag van vandaag moeten zwijgen over hun lijden.

Een miljoen moorden
Deze maand komt het team van Indonesische aanklagers naar Den Haag om met collega’s van het Joegoslavië-tribunaal en het Internationaal Strafhof van gedachten te wisselen over hoe de aanklacht het beste geformuleerd kan worden. Hoe vertaal je een miljoen moorden in juridische termen? Hoe lever je daarvoor het bewijs? In Den Haag weten ze er alles van.

Het antwoord op de vraag naar ‘hoe lang wij nog moeten onderzoeken’ hangt af van de mate waarin er sprake is (geweest) van stilte. De Indonesiërs willen nu in elk geval begrijpen waarom ze al die jaren moesten zwijgen.

Over de auteur

Frederiek de Vlaming werkt bij de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam, afdeling Internationaal Strafrecht. Zij promoveerde in 2010 op een proefschrift over het beleid van de aanklager van het Joegoslavië Tribunaal. Zij was onder meer werkzaam bij Amnesty International en UNHCR. Zij woont in Amsterdam.
Andere bijdragen door

27

03 2015

Your Comment


Over De Zaak

Weblog over rechtszaken met internationale dimensies, waaronder zaken van het Internationaal Strafhof en andere internationale gerechtshoven.

 

De Zaak draait op WordPress MU. Gebaseerd op Yashfa ver. 1.7 door WP GPL
Entries (RSS) and Comments (RSS).