El Salvador geeft het goede voorbeeld

Juliana Rochac Hernández was 10 jaar oud toen Salvadoraanse militairen de wijk van San Marin Segundo uitkamden waarin ze woonde. ‘Militairen bonsden op onze deur, riepen “Lever je wapens in.” Mijn moeder zei: “Die hebben we niet.” Toch stormden ze het huis binnen en haalden ze alles overhoop, zonder iets te vinden’, vertelt Rochac, inmiddels een vrouw van 44, op de zitting op 1 april van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens in Costa Rica.

‘Mijn moeder moest mee, ze kon nog net mijn 6 dagen oude zusje aan mijn broer Sergio geven’, vervolgt ze, met een snik in haar stem. ‘Sergio gaf de baby meteen aan mij, en rende achter moeder aan. De militairen zeiden tegen ons: sluit de deur, anders schieten we je dood.’

Drie schoten
Daarna hoorde ze drie schoten. Daarop kwamen soldaten opnieuw het huis in, en namen ze haar 5-jarige broer José Adrián mee. Een buurvrouw kwam vertellen dat haar moeder en broer Sergio dood op straat lagen, dat ze een deken over hen moesten leggen. José Adrián zag ze nooit meer terug.

De zitting van ruim drie uur, online bekeken vanuit Amsterdam, is de afsluiting van een jarenlange rechtsgang, aangespannen door Rochacs vader. De Inter-Amerikaanse Commissie voor Mensenrechten oordeelde eind 2012 al dat El Salvador in de donkere decemberdagen van 1980 talloze mensenrechten had geschonden. De commissie verwees de zaak naar het hof, dat nu moet vaststellen wat voor compensatie, al dan niet financieel, er moet komen voor de familie van José Adrian en voor die van vier andere ontvoerde kinderen wier zaak met die van Rochac is samengevoegd.

Tweede generatie oorlogsslachtoffers
Het aanbieden van psychosociale hulp is één optie. De zeven rechters van het hof luisteren geboeid naar een getuige-deskundige uit Nicaragua die vertelt dat slachtoffers onverwerkte trauma’s aan hun kinderen kunnen doorgeven. Het in Nederland zo bekende fenomeen van de tweede generatie oorlogsslachtoffers openbaart zich ook in Midden-Amerika. Officiële excuses zijn al even belangrijk, zegt de deskundige, omdat ‘het een erkenning is dat er iets is gebeurd’.

Tijdens de zitting wordt met het laatste direct een voorbeeldig begin gemaakt. De vertegenwoordigster van El Salvador meldt dat haar regering ‘de volledige verantwoordelijkheid’ op zich neemt voor het overheidsbeleid tijdens de bloedige burgeroorlog (1979-1992). Ze prijst de twee nabestaanden die komen getuigen voor hun ‘moed en kracht’. En ze vraagt vergeving voor het 34 jaar eerder aangerichte leed – met een ruimhartigheid die Nederland pas vorig jaar kon opbrengen toen het in Indonesië excuses aanbood voor de excessen van de politionele acties.

Pure emoties
Redelijkheid en realiteitszin regeren vandaag, zoveel is duidelijk. Slechts één moment wijken die voor pure emoties, als de vertegenwoordigster van El Salvador de eerste getuige vraagt: ‘Wat verwacht u van de regering, als compensatie?’ Zijn antwoord: ‘Dat ze me mijn broer teruggeeft.’

Over de auteur

Marnix de Bruyne (1965) is redacteur van mensenrechtenmagazine Wordt Vervolgd, een uitgave van Amnesty International. Eerder was hij correspondent in Zuid-Afrika voor Het Parool in (1999-2000) en redacteur Afrika bij de Volkskrant (2003-2011). Voor die krant schreef hij over het Sierra Leone-tribunaal en de eerste rechtszaken van het Internationaal Strafhof. In 2010 publiceerde De Bruyne 'Het land van Soekmekaar', over de worstelingen van het dorp Soekmekaar met het nieuwe Zuid-Afrika, vooral met de landhervorming. In het voorjaar van 2016 verschijnt zijn boek 'We moeten gaan', over Nederlandse boeren in Zimbabwe.
Andere bijdragen door

20

04 2014

Your Comment


Over De Zaak

Weblog over rechtszaken met internationale dimensies, waaronder zaken van het Internationaal Strafhof en andere internationale gerechtshoven.

 

De Zaak draait op WordPress MU. Gebaseerd op Yashfa ver. 1.7 door WP GPL
Entries (RSS) and Comments (RSS).