Dodelijk schietincident in Irak

Al Muthanna, Irak, 24 april 2007. Azhar Sabah Jaloud is met een vriend op weg naar zijn bruid. De vriend, achter het stuur, rijdt op de onverlichte weg hard tegen de lege tonnen van een blokkade op. De auto rijdt zwabberend door. Iraakse en Nederlandse militairen openen het vuur, de 29-jarige Jaloud wordt dodelijk getroffen.

Gerechtshof Arnhem, november 2007. Volgens advocaat Liesbeth Zegveld, die de zaak-Jaloud behandelt, vuurde niemand vanuit de auto en hadden de militairen geen waarschuwingsschoten gelost. Een Nederlandse militair zou 28 schoten op de gepasseerde wagen hebben gelost, terwijl zijn commandant zou hebben geroepen: ‘Stop met schieten.’ Het Openbaar Ministerie heeft de zaak geseponeerd. Zegveld wil heropening.

Enorme impuls
Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Straatsburg, 19 februari 2014. ‘De zaak-Jaloud kan een enorme impuls geven aan de ontwikkeling van het militair strafrecht’, zegt een collega–deskundige tegen me, daags na de korte maar krachtige zitting die het mensenrechtenhof er aan wijdde.

Tegenover de zeventien rechters verklaarde Nederland geen rechtsmacht te hebben in deze zaak, omdat het ging om een door de VS en het Verenigd Koninkrijk geleide operatie. Die landen hadden eindverantwoordelijkheid, aldus Nederland. Het zei ook aan zijn verplichtingen te hebben voldaan: een Nederlandse rechter had de zaak immers behandeld. Wel gaf Nederland toe dat het misschien onhandig heeft gehandeld door niet onmiddellijk na het schietincident naar de familie Jaloud te stappen, tekst en uitleg te geven en compensatie aan te bieden.

Moreel gebaar
Dat laatste is niet ongebruikelijk. In Afghanistan keerde Nederland, voor zover ik weet, 475.000 euro uit aan 120 gewonden en aan nabestaanden van tachtig omgekomen burgers. Een moreel gebaar, mede voortkomend uit (begrijpelijke) strategische overwegingen.

De uitspraak vanuit Straatsburg moet nog komen. Onderwijl vraag ik me af wat ‘Jaloud’ voor toekomstige missies zal betekenen. Zal de zaak Nederland behoeden voor kostbare – tien jaar procederen! – vergissingen? Zal de uitspraak effect hebben op Nederlandse soldaten in Mali? Inmiddels worden tijdens internationale missies formulieren verspreid, begrijp ik, die de lokale bevolking wijzen op wat zij kunnen doen als eigendommen worden beschadigd of als er gewonden of doden vallen onder burgers, en waar ze claims kunnen indienen. Dat is mooi, maar de praktijk is weerbarstig. Landen hanteren verschillende criteria en keren verschillende bedragen uit. Wie stelt de prijs van een leven vast?

Burgerslachtoffers
Ik bel het inlichtingennummer van Defensie met de vraag hoe Nederland in Mali zal omgaan met mogelijke burgerslachtoffers. Ik word verwezen naar de website van het ministerie. Maar daar vind ik alleen algemene informatie over Mali en de opdracht van de missie. Ik schrijf naar de PvdA- en de VVD-fractie en vraag om hun standpunt. Als ik hun antwoord binnen heb, hoort u het.

Over de auteur

Frederiek de Vlaming werkt bij de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam, afdeling Internationaal Strafrecht. Zij promoveerde in 2010 op een proefschrift over het beleid van de aanklager van het Joegoslavië Tribunaal. Zij was onder meer werkzaam bij Amnesty International en UNHCR. Zij woont in Amsterdam.
Andere bijdragen door

Your Comment


Over De Zaak

Weblog over rechtszaken met internationale dimensies, waaronder zaken van het Internationaal Strafhof en andere internationale gerechtshoven.

 

De Zaak draait op WordPress MU. Gebaseerd op Yashfa ver. 1.7 door WP GPL
Entries (RSS) and Comments (RSS).