Abu Qatada

De opluchting straalde af van de Britse minister van Binnenlandse Zaken Theresa May, toen ze in juli bekendmaakte dat de radicale islamitische geestelijke Abu Qatada was uitgeleverd aan Jordanië. Dit land had hem in 1999 bij verstek veroordeeld tot levenslang vanwege zijn aandeel in de voorbereiding van bomaanslagen.

Tegelijkertijd klonk minister May bitter. Want de uitlevering had twaalf jaar procederen en 2 miljoen euro aan proceskosten gevergd. Dat lag aan de ‘idiote interpretatie van onze mensenrechtenwetten’ en het Europees Mensenrechtenhof in Straatsburg dat eerdere uitlevering had belemmerd, zei ze.

Spirituele leider
Dat May Abu Qatada graag kwijt is, valt te begrijpen. De Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzon noemt hem ‘de spirituele leider van de Britse Moedjahedien’. In 1995, een jaar nadat Londen hem erkende als politieke vluchteling, rechtvaardigde hij de moord op afvallige moslims, hun vrouwen en kinderen, ten behoeve van de strijd in Algerije. Vier jaar later prees hij het doden van joden en aanvallen op de VS. En in 2001 praatte hij op de Britse televisie zelfmoordaanslagen goed.

Voetzolen
Vanaf dat jaar trachtte Londen hem uit te leveren aan Jordanië. Het hof in Straatsburg hield dat echter tegen, omdat twee getuigen in het proces in Jordanië tijdens het verhoor op hun voetzolen waren geslagen. Als dit door marteling verkregen bewijs tegen Abu Qatada werd gebruikt, verklaarde het hof begin 2012, was er sprake van een oneerlijk proces. Na intensief overleg sloot Londen een verdrag met Jordanië, dat gebruik van via marteling verkregen bewijs verbiedt. Met als gevolg dat de imam nu in een Jordaanse cel zit, wachtend op een nieuw, eerlijk, proces.

Doelpalen
Prachtig dat Jordanië door de uitspraak een betere rechtsstaat is geworden, zou je denken. Minister May klaagde echter dat het hof ‘de doelpalen heeft verschoven’ – lees: nieuwe regels had bedacht – en vond dat Londen moest overwegen het Europese Mensenrechtenverdrag (EVRM) op te zeggen.

De gedachte dat het hof ‘weer eens iets nieuws had verzonnen’ is ‘volkomen onzin’, reageert Egbert Myjer, tot 2012 rechter in Straatsburg, vanaf zijn vakantieadres. Hij noemt het arrest-Soering uit 1989, waarin het hof óók uitlevering tegenhield. ‘Dit is sindsdien inderdaad het eerste arrest waarin het hof zegt dat een voorgenomen uitlevering moet stranden wegens het risico op “flagrant denial of justice”. Dat is geen doelpaaltje verzetten; dat is – voor het eerst in bijna 25 jaar – inschieten.’

Negeren
De Britse conservatieven, onder wie premier Cameron, hebben al jaren kritiek op het hof. Toch blijft Londen uiteindelijk alle vonnissen uitvoeren. Kunnen we die retoriek voor de bühne dan niet gewoon negeren? Nee, zegt Myjer. En wel vanwege het effect op ‘lidstaten die hun mensenrechten niet op orde hebben’. ‘Zij kunnen nu zeggen: waarom moeten wij de arresten van het hof uitvoeren, als zelfs een van de founding fathers van het EVRM zo kritisch is?’

 

Over de auteur

Marnix de Bruyne (1965) is redacteur van mensenrechtenmagazine Wordt Vervolgd, een uitgave van Amnesty International. Eerder was hij correspondent in Zuid-Afrika voor Het Parool in (1999-2000) en redacteur Afrika bij de Volkskrant (2003-2011). Voor die krant schreef hij over het Sierra Leone-tribunaal en de eerste rechtszaken van het Internationaal Strafhof. In 2010 publiceerde De Bruyne 'Het land van Soekmekaar', over de worstelingen van het dorp Soekmekaar met het nieuwe Zuid-Afrika, vooral met de landhervorming. In het voorjaar van 2016 verschijnt zijn boek 'We moeten gaan', over Nederlandse boeren in Zimbabwe.
Andere bijdragen door

30

08 2013

Your Comment


Over De Zaak

Weblog over rechtszaken met internationale dimensies, waaronder zaken van het Internationaal Strafhof en andere internationale gerechtshoven.

 

De Zaak draait op WordPress MU. Gebaseerd op Yashfa ver. 1.7 door WP GPL
Entries (RSS) and Comments (RSS).