‘Tien van Bundu’ vs Nigeria

‘We gaan met zijn allen naar Abuja, straks’, zegt Fubara Tokuibiye (37). ‘We zijn één familie geworden.’ In zijn woonplaats Port Harcourt in Nigeria vertelt de zachtmoedige activist over het proces dat op 10 oktober begint bij het ECOWAS Community Court of Justice, het mensenrechtenhof van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse staten, in het Nigeriaanse Abuja.

Tien bewoners van Bundu, een krottenwijk bij de haven van Port Harcourt, klagen de staat Nigeria aan wegens mensenrechtenschendingen en excessief gebruik van geweld. Allen namen deel aan een betoging op 12 oktober 2009 tegen de ontruiming van hun wijk, die zou moeten plaatsmaken voor een uitgaansgebied. Allen vingen politiekogels op in hun lichaam toen de ordetroepen begonnen te schieten, ‘zonder enige aanleiding’, aldus Fubara.

Fubara filmde de betoging, waarbij naast de tien gewonden één dode viel, en vergaarde cruciaal bewijsmateriaal. Hij was het ook die het vertrouwen won van de gewonden, zodat ze aan de – ook door Amnesty ondersteunde – zaak zouden meedoen. ‘Geen van hen heeft zich laten bang maken. “We zijn al dood”, zeggen ze. “We zijn met ons tweede leven bezig.” Inderdaad waren sommigen zó zwaar gewond dat ze waren overleden als ze het ziekenhuis later hadden bereikt.’

Het ECOWAS-hof is relatief jong. Tussen 1993 en 2002 bestond het slechts op papier, daarna konden alleen ECOWAS-staten er een zaak aanhangig maken. Pas sinds januari 2005 kunnen individuen er een klacht indienen tegen een ECOWAS-lidstaat, als ze menen dat deze een ECOWAS-verdrag heeft geschonden. Sindsdien is het vooral een mensenrechtenhof geworden. Zo oordeelde het hof vorig jaar dat Nigeria verplicht is basisonderwijs voor alle kinderen gratis toegankelijk te maken. ‘Nigeria accepteerde het vonnis, terwijl het ook in beroep had kunnen gaan’, zegt Fubara.

Het geeft hem hoop dat de regering, die nu nog ontkent dat de politie op de menigte schoot, zich zal neerleggen bij het vonnis in ‘zijn’ zaak. De hoop tekent Fubara. Anders dan de meeste Nigerianen wil hij niet geloven dat wie tegen de staat strijdt, uiteindelijk altijd verliest. ‘Denk je eens in, als we winnen’, zegt hij enthousiast. ‘Dat betekent voor de hele regio, voor alle vijftien ECOWAS-landen, dat de politie niet meer zomaar op hun eigen burgers kan schieten. Dat zou geweldig zijn.’

Nu zal de politie in de regio zich na zo’n vonnis echt niet ineens keurig gaan gedragen. Maar als de ‘tien van Bundu’ gelijk krijgen, kan dat er wel voor zorgen dat West-Afrikanen zich niet meer zo gemakkelijk neerleggen bij overheidsgeweld. Fubara is er in elk geval van overtuigd dat dit een gevolg zal zijn. ‘Als we winnen, zal dat de mensen moed geven.’


Bekijk meer filmpjes over deze zaak

Over de auteur

Marnix de Bruyne (1965) is redacteur van mensenrechtenmagazine Wordt Vervolgd, een uitgave van Amnesty International. Eerder was hij correspondent in Zuid-Afrika voor Het Parool in (1999-2000) en redacteur Afrika bij de Volkskrant (2003-2011). Voor die krant schreef hij over het Sierra Leone-tribunaal en de eerste rechtszaken van het Internationaal Strafhof. In 2010 publiceerde De Bruyne 'Het land van Soekmekaar', over de worstelingen van het dorp Soekmekaar met het nieuwe Zuid-Afrika, vooral met de landhervorming. In het voorjaar van 2016 verschijnt zijn boek 'We moeten gaan', over Nederlandse boeren in Zimbabwe.
Andere bijdragen door

29

09 2011

Your Comment


Over De Zaak

Weblog over rechtszaken met internationale dimensies, waaronder zaken van het Internationaal Strafhof en andere internationale gerechtshoven.

 

De Zaak draait op WordPress MU. Gebaseerd op Yashfa ver. 1.7 door WP GPL
Entries (RSS) and Comments (RSS).