Kenia

De publieke tribune van het Internationaal Strafhof ademt volgens een bezoekende diplomate naast mij de statige sfeer van een VN-bijeenkomst. Aan de orde zijn de zogenoemde confirmation hearings van de zaak tegen zes Keniase toppolitici die deze maand startte. Alle stoelen zijn gereserveerd en hebben speciaal voor de gelegenheid gemaakte naambordjes. Zo weet ik dat voor mij de Keniase ambassadeur zit en daarnaast de echtgenote van één van de verdachten.

Drie van de beklaagden, parlementslid William Ruto, ex-minister van Industrie Henry Kosgey en de journalist Joseph arap Sang, arriveerden kort voor de zitting met hun gevolg uit Kenia. Samen met ex-kabinetschef Francis Muthaura, politiebaas Hussein Ali en Uhuru Kenyatta, vice-premier en minister van Financiën, worden zij er van verdacht de initiatiefnemers te zijn van het geweld dat in juli 2007 vlak na de presidentsverkiezingen uitbrak. Meer dan duizend mensen werden vermoord en een half miljoen mensen sloeg op de vlucht.

Bij deze eerste zitting moeten de internationale rechters bevestigen dat de aanklacht voldoende grond heeft. Voorzittend rechter, de Bulgaarse Ekaterina Trendafilova, heet de eerste drie verdachten hartelijk welkom en vraagt of de reis niet al te vermoeiend was en of het verblijf in Den Haag aangenaam is. De verdachten knikken instemmend. Daarna laten zij de beleefdheden over aan de rechter en het woord aan hun advocaten. Deze gaan zelfverzekerd in de aanval. De advocaten beschuldigen de aanklager er van dat hij zijn zaak niet op orde heeft en betitelen zijn onderzoek als unprofessional, half-baked and unreasonable. Daarnaast stellen de verdedigers dat het Hof geen rechtsmacht heeft. De Keniase Justitie zou de zaak zou moeten behandelen. Dit is een pikant verzoek omdat met name verdachte Ruto het Keniase parlement niet lang geleden opriep het Internationaal Strafhof in te schakelen omdat hij geen enkel vertrouwen had in een nationale oplossing. Maar toen bleek dat hij op de lijst van verdachten stond, wees parlementslid Ruto de weg naar Den Haag af en ijverde voor de instelling van een nationale waarheidscommissie.

Na de zitting keren de verdachten en hun familieleden terug naar Kenia om daar hun politieke werk voort zetten. Twee van de zes hebben zich kandidaat gesteld voor het presidentschap. De verkiezingen zijn volgend jaar. De zes verdachten blijven vrije mannen totdat de rechters van het hof hun schuld bewezen hebben verklaard. Tot die tijd kunnen ze de Keniase politiek op zijn kop zetten en zichzelf wijs maken dat zij geen verdachten zijn in een strafzaak maar slachtoffers van een politiek steekspel. Hoe anders was en is de praktijk van het naburige Joegoslavië-tribunaal waar vrijwel alle verdachten in voorlopige hechtenis verblijven en zich over het algemeen afzijdig dienen te houden van politieke activiteiten. Het Internationaal Strafhof, niet gehinderd door enig mandaat op het gebied van vrede en veiligheid, volgt een strikt juridische lijn. Verdachten zijn onschuldig tot het tegendeel bewezen is.

Over de auteur

Frederiek de Vlaming werkt bij de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam, afdeling Internationaal Strafrecht. Zij promoveerde in 2010 op een proefschrift over het beleid van de aanklager van het Joegoslavië Tribunaal. Zij was onder meer werkzaam bij Amnesty International en UNHCR. Zij woont in Amsterdam.
Andere bijdragen door

27

09 2011

Your Comment


Over De Zaak

Weblog over rechtszaken met internationale dimensies, waaronder zaken van het Internationaal Strafhof en andere internationale gerechtshoven.

 

De Zaak draait op WordPress MU. Gebaseerd op Yashfa ver. 1.7 door WP GPL
Entries (RSS) and Comments (RSS).